De 4x4-band kiezen die is aangepast aan uw behoeften
Bij elke bestuurder van een 4x4 past wel een BFGoodrich-band.
Om meer te weten over de band die beantwoordt aan uw verwachtingen, raadpleeg ons 4x4-gamma of gebruik onze bandenkiezer.
BFGoodrich beveelt u aan om 4 identieke banden te monteren op 4x4-voertuigen (zelfde merk, zelfde profiel, zelfde laad- en snelheidssymbolen), maar ook dat u de aanbevelingen van de autoconstructeur volgt.
We kunnen de 4x4-banden indelen per gebruikscategorie, afhankelijk van het soort ondergrond waaraan ze zijn aangepast
4x4-band voor op de weg: voor personenauto's voor op de weg met 4x4-aandrijving
Reageren snel en zijn uiterst nauwkeurig, zowel in bochten als op rechte wegen
Bestemd voor een gebruik in de stad en op autosnelwegen
Gemengde band: voor 4x4-voertuigen van het SUV-type
Diep ingesneden groeven en scherp design
Versterkte structuur en zijwanden
Polyvalent: presteert net zo goed op de weg als offroad
All Terrain band “Off Road”: voor een gebruik buiten de gewone weg en in het terrein
Grote rubberen profielblokken
Zeer hoge verhouding van de profielgroeven (50%)
Grote diepte van de groeven: 13 tot 17 mm
Versterkte structuur en zijwanden
Uitzonderlijke prestaties offroad
Een transformatie van de afmetingen doorvoeren
Waar gaat het om?
Om het gebruik van het voertuig te wijzigen, te streven naar nieuw prestaties of gewoonweg de algemene look van het voertuig te veranderen, kunnen bepaalde constructeurs van 4x4's banden willen monteren van verschillende afmetingen.
De wegcode is volledig van toepassing op 4x4’s en de transformatie van de afmetingen moet steeds gebeuren volgens strikte regels.
De voorzorgsmaatregelen die u moet nemen
BFGoodrich raadt u aan de volgende aanbevelingen te volgen alvorens de afmetingen van uw banden te wijzigen:
De belastingsindex moet hoger zijn dan of gelijk zijn aan die van de oorspronkelijke band en moet aangepast zijn aan de maximale belasting per wielas van het voertuig. Het snelheidssymbool moet gelijk of hoger zijn voor banden zonder het merkteken M+S. Voor banden met het merkteken M+S mag het snelheidssymbool lager zijn, op voorwaarde dat het voertuig voorzien is van het etiket waarop het nieuwe snelheidssymbool vermeld staat.
Het voertuig moet uitgerust zijn met 4 identieke banden (zelfde afmeting, zelfde merk, zelfde profiel, zelfde laadindex en snelheidssymbool en zelfde gebruikscategorie) om mechanische problemen op het vlak van de transmissie te vermijden en optimale prestaties te waarborgen. Volg de aanbevelingen van de autoconstructeur.
Controleer of de nieuwe banden de mechanische elementen of de koetswerkonderdelen niet raken. Bovendien mogen de banden niet uitsteken buiten de spatborden van de 4x4. Controleer of het wiel compatibel is met de afmeting van de band.
De transformatie van de afmeting van een voertuig is in alle gevallen gereglementeerd. Het is belangrijk zich tot een professional te richten alvorens een transformatie door te voeren.
Rijaanwijzingen voor een 4x4
Wilt u leren rijden buiten de verharde paden? Leer het dan van experts. BFGoodrich heeft meer dan 200 titels in rally’s en rally-raids in de wacht gesleept, waaronder de vermaarde Baja 1000 en Dakar-rally.
Offroad rijden kan leuk zijn maar het is een heel andere manier van rijden.
Alvorens u buiten de verharde paden te wagen, raden we u aan de basistechnieken te leren zodat u niet in een hachelijke situatie komt te zitten.
De modderpoel
Alvorens in de modderpoel te rijden, neem eerst de tijd om:
het terrein te bestuderen en het traject te bepalen
eventuele stukken hout te verwijderen
voor- en achteraan riemen aan te brengen
de bandenspanning indien nodig te verlagen tot 1,5 bar
Nu bent u klaar om de modderpoel te doorkruisen :
de blokkering van het differentieel gebruiken
schakel naar de 2de of 3de versnelling
handhaaf een constante snelheid
wanneer het voertuig tot aan de bodem in de modder zit en niet meer vooruit gaat, ga dan achteruit om opnieuw aan grip te winnen.
Als u eenmaal uit de modderpoel bent :
reinig de banden en de wielen
breng de bandenspanning terug op het normale niveau
De doorwaadbare plaats
Alvorens de doorwaadbare plaats in te rijden, neem de tijd om:
De doorwaadbare plaats af te speuren en gaten, stenen, stronken op te sporen
een traject en een punt om de doorwaadbare plaats te verlaten, te bepalen
de waterdichtheid van het voertuig te controleren
de bandenspanning te verlagen tot 1,5 bar
Nu bent u klaar om de doorwaadbare plaats in te rijden:
rij het water zachtjes in bij een constante snelheid
wanneer de motor in het midden van de doorwaadbare plaats stilvalt, probeer dan zeker en vast niet het voertuig opnieuw te starten. Het risico bestaat dan dat via de uitlaatdemper water of zelfs lucht wordt opgeslorpt wanneer de motor opnieuw wordt gestart. U moet uw wagen er laten uittrekken, met de motor uitgeschakeld
Als u eenmaal de doorwaadbare plaats hebt doorkruist
breng de bandenspanning terug op het normale niveau
kijk onder het voertuig om gras en takjes te verwijderen
Het oversteken van geulen
Neem eerst de tijd om:
het terrein te bestuderen
de differentiëlen te blokkeren
Nu kunt u verder gaan:
schakel naar de lage tweede versnelling, zowel op vlak terrein als op een helling
bij het afdalen, schakel naar de lage eerste versnelling en rem zachtjes zonder de wielen te blokkeren.
wanneer u niet meer vooruitgaat, schakel in achteruitrijstand en rij achteruit. Doe een nieuwe poging via een ander traject.
Rijden op een helling
Een helling oprijden :
de differentiëlen blokkeren
rij de helling op in lage eerste of tweede versnelling
begin de helling op te rijden
wanneer u niet verder kunt, rem dan snel door op de remmen te gaan staan. De motor valt stil. Ontkoppel en schakel daarna in achteruit
start de motor opnieuw in ontkoppelde stand en laat u achteruit bollen waarbij u remt met de motor
Een helling afrijden:
begin de helling in lage eerste versnelling
blokkeer het centrale differentieel
nooit ontkoppelen
rem op de motor om het afrijden onder controle te houden
wanneer de helling zeer steil is, gebruik de rem in combinatie met de motorrem en ga cm per cm verder
wanneer het voertuig slipt, geef dan een beetje gas om opnieuw grip te krijgen
Een trap oprijden:
wanneer de trap opgereden wordt en niet hoger is dan 50 cm, neem hem dan recht; wanneer hij hoger is, neem hem dan in een hoek van 45°
wanneer de trap afgereden wordt, neem hem altijd recht
schakel in lage eerste versnelling
rij de voorwielen tot tegen de trap en stop
geef een stoot gas om de voorwielen erop te trekken
rij de achterwielen tot tegen de trap
geef een stoot gas om de achterwielen erop te trekken
wanneer een trap wordt afgereden, ga cm na cm vooruit waarbij de daling wordt gecontroleerd met de remmen
Een helling bedwingen
Neem eerst de tijd om
de helling te evalueren en de obstakels te inventariseren die de hellingsgraad en het risico op kantelen zouden kunnen verhogen (vertrouw niet op de inclinometer)
anticipeer het traject en voorzie de uitrijzone
laat lucht uit de banden, maar niet te veel om te vermijden dat de band van de velg loopt
Om de helling te bedwingen
vermijd remmen
nooit ontkoppelen
de differentieelblokkering niet gebruiken
rij de helling in lage eerste versnelling op
ga de helling op en richt de voorwielen voorzichtig naar het opgaande deel van de helling en ga verder als een krab
wanneer je wegglijdt, draai de voorwielen onmiddellijk naar de onderkant van de helling
wanneer je kantelt, draai de voorwielen naar het neergaande deel van de helling en daal af
Na het bedwingen van de helling:
breng de bandenspanning terug op het vereiste niveau
Een hindernis of een talud oprijden:
Zet het voertuig in een hoek van 45° voor de hindernis
Voorzie een vrij grote uitrijzone
Blokkeer de differentiëlen
Rij de hindernis op in lage 1ste versnelling
Wanneer je niet verder kunt, ga terug en probeer opnieuw via een ander traject
Eenmaal je goed geplaatst bent en stabiel staat, geef een stoot gas
Laat het gaspedaal los van zodra de achterwielen de hindernis gepasseerd zijn